Alle berichten van Beheerder

Blikvernauwende metaforen

‘Veredelde speeltuinen’ sneerde CDA-politicus Jan de Vries in 2005 over de Iederwijs-scholen, die in 2002 van start waren gegaan en waarvan er in drie jaar tijd zo’n twintig ontstonden. Het nieuwe onderwijsconcept – kinderen mogen zelf kiezen wat, wanneer en hoe ze leerden – baarde opzien én onrust. Kon je, ook heel jonge, kinderen wel aan het roer van hun eigen leerproces zetten? Leerden ze vanzelf taal en rekenen omdat je dat nu eenmaal nodig hebt in de maatschappij. De Vries geloofde van niet en met hem de VVD. De twee partijen dwongen CDA-onderwijsminister Maria van der Hoeven in te grijpen. Iederwijs-scholen die niet konden uitleggen aan de Inspectie wat hun kinderen leerden, kregen geen goedkeuring van de keurmeesters van ons onderwijs.

door: Astrid Schutte

Invloedrijk onderwijsframe
De Vries’ ‘veredelde speeltuinen’ zullen waarschijnlijk de geschiedenis ingaan als een van de meest invloedrijke frames op het gebied van onderwijs. In het jaar nadat hij de ‘veredelde speeltuinen’ voor het eerst gebruikt, wordt deze maar liefst éénenzeventig maal herhaald in kranten en weekbladen.[i] Tellingen over de mate waarin de metafoor werd genoemd op radio of tv zijn er niet, maar Iederwijs is regelmatig in het nieuws dus daar wordt het beeld natuurlijk óók gebruikt. Ter vergelijking: Wilders’ invloedrijke ‘kopvoddentaks’ wordt in het jaar na de lancering van het frame 53 maal herhaald in de kranten en tijdschriften.
‘Het was een rake typering,’ zegt De Vries over zijn metafoor. ‘Maar ik had niet gedacht dat hij zoveel impact zou hebben.’
Waarom was de metafoor ‘veredelde speeltuinen’ zo invloedrijk? Socioloog Sietske Waslander [ii]verklaart het grote effect in een analyse mede uit de koppeling die mensen in hun hoofden maken met de beelden van spelende kinderen in de Nova-uitzending van eind 2004. Die uitzending bevat een reportage over een Iederwijs-school in Soest. Kinderen en ouders worden gefilmd en geïnterviewd. Het is mooi weer en veel kinderen spelen buiten in de zandbak of rennen rond. Niemand is op het eerste oog bezig met een schools vak of zelfs maar met een boek. Iederwijs is een speeltuin zeggen de beelden. De reportage wekt de suggestie dat het er in Soest iedere dag zo aan toe gaat.

Strijdmiddel
Een metafoor is een stijlmiddel dat de schijnwerper zet op één aspect van een onderwerp en daarmee een ander aspect onderbelicht laat. Dat betekent dat het juist zijn bewuste eenzijdigheid is die een metafoor zijn effect verleent. Een bedrijf een bord spaghetti noemen, legt nadruk op de onheldere structuur en laat onbelicht dat er in elke organisatie meestal toch wel een structuur zal zijn. Iemands gevoelsleven een ‘woestijn’ noemen, richt de blik of de mate waarin iemand waarschijnlijk afwijkt van de norm. Ongenoemd blijft dat niemands gevoelsleven emotieloos kan zijn. Iederwijs een speeltuin noemen, haalt de aandacht weg van het feit dat het óók een leerplek kan zijn. Mogelijk worden talige metaforen bovendien versterkt door begeleidende beelden? Een interessante vraag voor een media- of metaforenonderzoeker lijkt me
Metaforen gebruiken we vaak onbewust of ondoordacht Dat geldt ook vaak voor politici, aldus onderzoek van Emma Anbeek van der Meijden[iii]. Ze onderzocht de metaforen die politici gebruikten in 2005 in debatten over asielzoekers. Politici gebruiken 3 soorten metaforen om het vluchtelingenprobleem te framen: de vloedmetafoor, de containermetafoor en de verkeersmetafoor. Wat blijkt? Voor- en tegenstanders gebruiken dezelfde metaforen. Ook voorstanders van een ruimhartiger beleid gebruiken vaak en negatieve framing. Kennelijk zijn politici zich niet goed bewust van de kracht van metaforen.
Ook De Vries is verrast over het grote effect van de metafoor die hij bedacht; de ‘veredelde speeltuinen’. Maar hij bereikte er wel mee wat hij wilde: de wettelijke ruimte die Iederwijs kreeg, inperken.

Kokervisie
De blikvernauwing die een metafoor als ‘veredelde speeltuinen’ creëerde, versmalde het debat over Iederwijs echter ook. In plaats van bijvoorbeeld de vraag wat goed onderwijs is en welke dingen er mis gaan in het reguliere onderwijs – thema’s die je ook in relatie tot Iederwijs zou kunnen bespreken – gaat het debat ná De Vries’ metafoor vooral over de vraag hoe deze als school vermomde speeltuinen een halt toe te roepen. Er wordt daarna geen Kamervraag gesteld, geen commissievergadering verslagen, geen Kamerdebat gevoerd, zonder dat de associatie tussen Iederwijs en een speeltuin wordt gelegd. Onvermijdelijk stuwt het debat daarna niet alleen in de richting van een wijziging van de Leerplichtwet, maar ook naar een versimpeling en dualisering van de thematiek: voldoet Iederwijs aan de wet of niet. Een fundamenteler discussie over onderwijs, naar aanleiding van het Iederwijs-concept, is vanaf dat moment niet meer goed mogelijk. Het gaat alleen nog maar over goed of fout.
Metaforen reduceren de werkelijkheid om ze hanteerbaar te maken. Dat is hun winst. Maar dat doen ze op zo’n krachtige manier dat ze – tijdelijk – een kokervisie kunnen creëren. Wie een metafoor gebruikt, moet dat goed beseffen. Elk wapen brengt voor zijn gebruiker een verantwoordelijkheid mee.

In ‘De gelukkige school. Hoe Iederwijs het onderwijs opnieuw wilde uitvinden’ beschrijft Astrid Schutte onder meer hoe de metafoor van de ‘veredelde speeltuinen’ de ondergang van Iederwijs hielp bespoedigen. (SWP, 2018); https://www.swpbook.com/boeken/54/onderwijs/2051/de-gelukkige-school

[i] Tellingen zijn gebaseerd op artikelen in Lexis Nexis.

[ii] – Waslander, Sietske. Van Polmanhuis tot Polemiek; een inhoudsanalyse van het debat over ‘Het Nieuwe Leren’ 1995-2005. Opgenomen: Slash 21. De waarde van Slash21. Bespiegelingen over het onderwijsinnovatieproject. Uitgave van de Stichting Carmelcollege en KPC Groep, september 2006
– Waslander, Sietske en Pieter Leenheer. Beelden van de media. Over media, mediatisering en onderwijs. De Nieuwe Meso, 01-03-2014

[iii] Emma Anbeek van der Meijden: Spraakwater, een vergelijkende analyse van metafoorgebruik het politiek debat over vluchtelingen en asielzoekers:http://tekstblad.nl/nieuws/metaforen-in-het-politiek-debat-over-het-asielbeleid

Terechte of onterechte woede?

img_4825De verkiezing van Donald Trump wordt wel gezien als een triomf van de woedepolitiek. Of deze woede terecht of onterecht is zal de geschiedenis later uitmaken. Wat voor de ene terechte woede is, is voor de andere onterechte rancune. En wat vroeger als rancune werd weggezet, is nu gewoon terecht boosheid. Lees er meer over in het nieuw te verschijnen boek van Sjaak Koenis. Hieronder alvast een kort fragment:

“In plaats van direct een oordeel uit te spreken over de (on)redelijkheid van woede-uitingen van burgers, ben ik meer geïnteresseerd in hoe boosheid en woede geduid worden. Uit onze politieke geschiedenis kennen we de woede van burgers die zich achtergesteld voelen: de ‘kleine luyden’ van Abraham Kuyper van rond de vorige eeuwwisseling die zich verzetten tegen de hegemonie van de liberale hervormden; de katholieken die na eeuwen van tweedeklas-burgerschap eindelijk hun schroom van zich afwerpen en zich trots verschansen in hun eigen zuil; de socialisten die vechten voor de bevrijding van de arbeid, deze klassieke emancipatie
bewegingen hebben de solidariteit van de eigen groep opgezocht om samen te strijden voor lotsverbetering. Nu deze strijd gestreden is kunnen we ons in de meeste gevallen gemakkelijk identificeren, zo niet met de strijd zelf dan toch wel met de uitkomsten daarvan: het is in veel opzichten ónze geschiedenis geworden. Maar voor de betrokkenen betekende de boosheid verschillende dingen. Wat in de ogen van de ene groep gerechtvaardigde boosheid was , zag er in de ogen van andere groepen heel anders uit. Voor zover men zich überhaupt gedachten vormde over de woede van de arogi002invr01ill91nder – zo groot was de afstand inderdaad – was deze boosheid onbegrijpelijk, misplaatst, ongerechtvaardigd, rancuneus en werd deze woede door de voormannen van andere partijen op oneigenlijke gronden voor eigen politiek gewin gebruikt. Wat voor de eersten perspectief op bevrijding bood, zagen de laatsten als bedreiging. Wat voor de ene groep stond voor emancipatie, was in de ogen van andere groepen ressentiment.”

Citaat uit het nieuw te verschijnen boek “De Januskop van de democratie” van Sjaak Koenis. Over bronnen van boosheid in de politiek”. Geïntesseerd? Meld je aan voor  de boekpresentatie op maandag 21 november 2016 in Den Haag.

Thatcher, Merkel, Hillary

Hillary-for-presidentWat valt op aan het rijtje namen Thatcher – Merkel – Hillary? Flauwe vraag natuurlijk; dat het drie vrouwelijke politieke leiders van een groot land waren, zijn of worden – als de verkiezingen in de USA lopen zoals de laatste polls voorspellen. In de mannelijke politieke wereld is dit nog altijd heel bijzonder. Toch is er nog iets dat opvalt: één voornaam en twee achternamen. Voor het imago van een politicus maakt het een wereld van verschil.

Iron Lady
Margaret Thatcher had vooral het imago van een keiharde dame; haar bijnaam ‘Iron Lady’ was oorspronkelijk door de Russen bedacht als scheldnaam, maar Thatcher nam de naam heel handig als Geuzennaam over. Met haar viel niet te spotten.
Frau Merkel had jarenlang de uitstraling van een grijze muis, maar de laatste tijd is zij uitgegroeid tot een ‘mama Merkel’ ; vooral haar uitspraak in de vluchtelingencrisis ‘wir schaffen das’ heeft daar aan bijgedragen. “Kom maar bij mama, het komt wel goed” was wat mensen hoorden. Ik vraag me af hoe haar boodschap was overgekomen als ze een man was geweest.
Hillary heeft een probleem met een te afstandelijk imago. Ze komt ‘kil’ over, en houdt daarom niet op te benadrukken dat ze een trotse oma is en moeder. Ze zal ook erg blij zijn met foto’s als deze van moeders en baby’s die haar supporten. Uitdrukkelijk geen mevrouw Clinton dus: “Zeg maar gewoon ‘Hillary’ hoor, ik heb geen kapsones!” Hiermee maakt ze een radicaal andere keuze dan George W. Busch in 2001, die op een initiaal na onder dezelfde naam campagne voerde als zijn vader. Net als Bush had Hillary kunnen kiezen te profiteren van de presidentiële klank die haar achternaam al heeft. Daar deed ze bewust niet.

Politicus zijn is ‘uit’
Coquetteren met nauwe politieke banden is niet meer ‘in’: ook de broer van George W. Bush voerde in deze voorverkiezingen campagne onder zijn initialen J.E.B., waarin alleen de letter B. naar de familienaam Bush verwijst. Familie zijn van een politicus is campagne-technisch tegenwoordig een nadeel. Trump houdt niet op te benadrukken dat hij een politieke buitenstaander is, met hoegenaamd geen politieke ervaring. En dat is opvallend.
Want zoals Obama het in deze speech voor de Rutgers University in New Jersey verwoordde: “Ignorence is not a virtue. It is just not knowing what you are talking about.”

Waarom zouden mensen liever iemand kiezen die bewijsbaar geen verstand van politiek heeft, en daar zelfs prat op gaat, dan iemand die heeft bewezen een kundig minister van buitenlandse zaken te zijn, bovenop acht jaar ervaring als first lady? Hiermee is een 2000 jaar oud betoog van Socrates opeens weer actueel. Socrates benadrukte dat politiek een vak was, dat niet iedereen zomaar kon uitoefenen. Een schip laat je ook niet besturen door ongeschoolde matrozen, maar door een kapitein die weet hoe je een koers moet uitzetten, die ervaring heeft met zeestromingen en bewezen heeft stormen te kunnen doorstaan. Socrates uitte zijn kritiek op de democratie in een tijd dat Athene van de ene oorlog in de andere werd getrokken door emotionele beslissingen in de Ekklesia, de Atheense volksvergadering. Socrates’ woorden werden in zijn tijd niet gehoord, althans niet door de grote massa in Athene. Het leidde indirect wel tot een staatsgreep door enkele van zijn volgelingen, wat ook weer te denken geeft. Dat emotionele politiek van alle kanten tot geweld kan leiden, weten we van Pim Fortuyn en hebben we onlangs ook in Engeland kunnen zien.

Verhit
De vraag is of het Hillary gaat lukken de mensen te overtuigen dat ze beter voor politieke ervaring kunnen kiezen dan voor onwetendheid. Het gevaar is dat de gemoederen door de emotionele manier van campagne voeren zo verhit raken, dat alleen gevoel nog een raadgever is. En als alleen gevoel telt, op wie moet je dan stemmen als je niet voor Trump bent? Ook niet op Hillary: ze blijft toch meer een toneelspeelster die een aardige vrouw speelt, dan écht een aardige vrouw. Ik zou geloof ik het liefst diep onder de dekens wegkruipen, en wachten tot het gezonde verstand weer een beetje is teruggekeerd in de politiek. Maar misschien is het toch slimmer om op 8 november toch maar op mevrouw Clinton te stemmen, in de hoop dat ze zich zal ontpoppen tot de Iron Lady die de politiek op het moment nodig heeft. / © Carola Schoor 2016

foto: Dreamstime.com