Jatwerk, allusie of gewoon slim?

“I have nothing to offer but blood, toil, sweat and tears.” Dit jaar is het tachtig jaar geleden dat Winston Churchill zijn beroemde uitspraak deed: op 13 mei 1940, tijdens zijn eerste speech als Prime Minister, enkele dagen na de invasie van Duitsland in Frankrijk. De gevleugelde woorden – waarmee Churchill Engeland de oorlog invoerde – worden vaak aangehaald ter illustratie van Churchills vooruitziende blik en lef. Churchill had de moed om niets te beloven wat hij niet kon waarmaken, en vergrootte de ellende zelfs uit. Hiermee deed hij het tegenovergestelde van wat de retorica voorschrijft: de zaken zo mooi mogelijk voorstellen. Hij zei ermee dat hij in elk geval eerlijk was.

Dit is niet de enige reden waarom de uitspraak getuigt van een groot retorisch talent: ook framede Churchill de oorlog  ermee als een nobele strijd, een verheven gevecht van het goede dat zich opoffert om het ultieme kwaad te bestrijden. Jonathan Charteris Black (2014) laat zien veel metaforen in  Churcill’s speeches direct verwijzen naar deze strijd van het goede tegen het kwade. Het bloed, het zweet en de tranen passen daar heel mooi in, en zijn ook in dit kader een perfecte keuze.

Een kleine kanttekening is wel op zijn plaats: de woorden zijn  oorspronkelijk niet van Churchill , maar van Garibaldi . Garibaldi was bijna een eeuw voor Churchill een Italiaanse nationalistische strijder, een nationale held in Italië en grondlegger van de Italiaanse eenwording. Deze charismatisch leider, die grote bekendheid genoot onder intellectuelen in de VS en Groot Brittanië, zei in 1849 “Offro fame, sete, marce forzate, battaglie e morte”: Ik bied honger, dorst, gedwongen marsen, veldslagen en dood.

Churchill is niet de enige die zich liet inspireren door fameuze voorgangers om er vervolgens met de credits vandoor te gaan. Ook Lenin’s beroemde uitspraak: “Die Religion ist das Opium für das Volk” is niet van Lenin, en zelfs niet van Marx, waar Lenin zich door liet inspireren.  Oorspronkelijk is de uitdrukking van Markies De Sade, die een van zijn karakters, Juliette, tegen koning Ferdinand laat zeggen over religie: “C’est de l’opium que tu fais prendre a ton peuple” – het is opium dat je het volk laat innemen.

Toch is de les die je hieruit zou kunnen trekken – beter goed gejat dan slecht bedacht – riskant. Neem bijvoorbeeld de maiden speech van Melania Trump, waarin ze zich al te letterlijk laat inspireren door haar voorgangster Michelle Obama. Met de zoekfunctie op internet is plagiaat tegenwoordig razendsnel ontmaskerd. Beter is het je inspiratiebronnen wat verder weg te zoeken en er een kleine variant op te verzinnen. Zoals Churchill deed. Je kunt er wereldberoemd mee worden, al zal een postzegel met je portret er waarschijnlijk  tegenwoordig niet meer inzitten.

Wie het niet nodig vindt om zelf heel taalvaardig over te komen maar wel wil laten blijken uitspraken van  geleerde voorgangers te kennen, kan zich bedienen van de ‘allusie’; een metafoor die openlijk verwijst  naar een andere context. Zoals bijvoorbeeld Baudet’s “Uil van Minerva”, die hij noemde in zijn overwinningsspeech na de Provinciale Statenverkiezingen in 2019.  Journalisten zagen al snel het verband met de Duitse filosoof Hegel, die in 1821 schreef: “Die Eule der Minerva beginnt erst mit der einbrechenden Dämmerung ihren Flug ” – de uil van Minerva begint pas bij de avondschemering met haar vlucht.  Baudet laat met deze allusie blijken dat hij een dik boek heeft gelezen en versterkt hiermee zijn elitaire imago. En het werkt – iedereen in Nederland kent inmiddels de Uil van Minerva, al zullen veel mensen eerder aan het Leidse studentencorps Minerva denken dan aan Hegel. Ook elitair, dus het effect is gelijk.

Churchill, Lenin, Melania Trump, Baudet – ze laten zien zich maar al te bewust te zijn van het belang van woorden voor de politiek. Origineel of niet, dat doet er in de politiek lang niet altijd toe. Sommige woorden zijn eenvoudigweg te goed om niet her te gebruiken.