Beelden ten dienste van de Rede

breinHoewel Aristoteles’ metafoordefinitie behoorlijk afwijkt van wat we tegenwoordig onder een metafoor verstaan, is het toch goed er nog eens grondig naar te kijken:

Een metafoor bestaat uit het benoemen van iets met de naam van iets anders; de overdracht of van soort naar ondersoort, of van ondersoort naar soort,  of van ondersoort naar ondersoort, of op grond van analogie (Poetica 1457b7-9).

Logica
Met deze opsomming verwijst Aristoteles naar zijn logische categorieën. Hiermee maakt hij duidelijk dat je een metafoor niet zomaar op je gevoel mag maken. Voor Aristoteles is het verzinnen van een metafoor een rationele exercitie, die  logisch gezien moet kloppen.

aristotels politicaDeze keuze vloeit direct voort uit Aristoteles’ opvattingen over politiek en ethiek. Hij was een warm voorstander van een rationele politiek, gebaseerd op de rede en niet op emoties. Hij reageerde hiermee op de politieke praktijk in zijn tijd, waar in de Retorica volop op de emoties werd gespeeld, gemanipuleerd en bedrogen. Bij Aristoteles zijn emotionele metaforen alleen toegestaan als zij de rede dienen.

Taalgebruik
Aristoteles is niet heel precies in zijn definitie van een metafoor, het gaat bij hem meer om het principe, een bepaalde manier van de taal gebruiken. Een metafoor hoort bij het ‘taalgebruik’, naast een ‘eigenlijk woord’ en een neologisme. Ook woordgroepen en hele zinnen vielen hieronder, zoals bijvoorbeeld vergelijkingen, volzinnen en gevatte uitspraken (Retorica 1403 b -1414a).

Opvolgers van Aristoteles hebben in de eeuwen erna allerlei extra onderscheidingen gemaakt die de metafoor heel precies definieerden. Aristoteles lijkt echter minder waarde te hechten aan al deze subtiele verschillen als latere retorici; zo zegt hij dat een ‘vergelijking’ en een ‘metafoor’ in wezen hetzelfde zijn, alleen is de uitwerking iets anders.

Taalfiguur
In de ontwikkeling van de retorica na Aristoteles zijn de verschillende taalfiguren steeds gedetailleerder gedefinieerd. Hiermee wordt de metafoor ook steeds meer een vastomlijnd  taalfiguur, meer een onderdeel van het taalsysteem dan van het taalgebruik. Met deze trend wordt radicaal gebroken in de twintigste eeuw. Dan verschuift de aandacht radicaal naar de metafoor als essentieel en constructief taalelement en als denkproces (zie ook klassieke vs. moderne metaforen).

/© CS 2015

Illustration: Stuart Miles, FreeDigitalPhotos.net