Klassieke vs. moderne metaforen

moderne merafoortheorieEen metafoor in de moderne metafoortheorie is iets anders dan in de klassieke retorica. Bij de moderne metafoortheorie gaat het om ‘aan het één denken met behulp van iets anders’. Het gaat daarbij meestal om abstracte zaken die met behulp van een concreter beeld beter kunnen worden begrepen. Bijvoorbeeld als je zegt dat ‘de stemming daalt’, dan heb je het over stemming alsof het een ding is dat naar beneden kan gaan en omhoog. In de klassieke retorica wordt zoiets niet als een ‘echte’ metafoor beschouwd, hooguit als een ‘dode’ metafoor die in de loop der tijd als gewoon taalgebruik wordt ervaren. De retorische werking ervan is niet echt in het geding.

Klassieke retoricaIn de moderne metafoortheorie wordt een metafoor dus veel breder opgevat dan in de klassieke retorica. Niet alleen zijn ‘dode’ metaforen plotseling van belang, ook worden allerlei andere retorische figuren opeens onder de metafoor geschaard. Metonymie, allusies, personificaties, allegorieën, etc., zijn in de moderne metafoortheorie allemaal vormen van ‘denken door middel van analogie’, en dus conceptuele metaforen. Dit is verwarrend, en het is belangrijk het verschil tussen een conceptuele metafoor en een klassieke metafoor steeds in het achterhoofd te houden.
klassieke vs modene metafoor-pagina001

Ondanks de verwarring is het nuttig om de moderne en klassieke metafoor te combineren; de moderne metafoortheorie kan niet de specifieke retorische functie van de metafoor verklaren en andersom geeft de klassieke retorica geen rekenschap van metaforische framing. We hebben dus allebei nodig. Dit combineren van klassiek en modern gebeurt regelmatig, maar niet altijd op de meest consistente manier.

Als je Aristoteles heel goed leest, kom je erachter dat zijn metafoor uit de Retorica een hele specifieke toepassing is van een conceptuele (moderne) metafoor: namelijk een doelgerichte metafoor in communicatie, met als bedoeling te overtuigen met behulp van het verstand. Daarnaast zijn er ook metaforen die doelbewust worden gebruikt om te overtuigen met behulp van het gevoel – hier was Aristoteles echter geen voorstander van. Dit deden vooral de Sophisten die hij bestreed. Er is nog een derde soort doelgerichte  metafoor, en dat is de metafoor met een strategisch doel. Die strategie kan echter nooit expliciet worden gemaakt: zodra duidelijk is dat een metafoor ‘expres’ wordt ingezet, verliest het aan kracht. Strategie moet onzichtbaar blijven wil het werken.

Meer hierover bij Doelgerichte metaforen

/© CS 2015